“Verhuizers zijn leaner en meaner geworden na de covidperiode”
Globale beroepsfederatie FIDI over weerbaarheid, vertrouwen en conflictsituaties
De grootste én oudste wereldwijde beroepsfederatie voor verhuizers? Dan heb je het over FIDI, die leden heeft in meer dan honderd landen. Aan het hoofd staat Jesse van Sas als secretaris-generaal, een Belgische Nederlander met heel wat verhuiservaring op zijn palmares. “Ik was zelf vroeger lid van BKV en FIDI”, glimlacht Jesse terwijl hij de deur opent van zijn kantoor in Zaventem.
FIDI is van oorsprong een netwerkorganisatie, en hoewel netwerken nog steeds het belangrijkste is doet de federatie veel meer dan dat. Zo zijn er het kwaliteitscertificaat FAIM en de opleidingsacademie en beschermen ze hun leden financieel met een fonds. “Sinds enkele maanden doen we bovendien aan financial netting. In plaats van dat leden honderden aan- en verkoopfacturen naar elkaar sturen, maakt FIDI elke maand een balans op. Daardoor moeten ze minder geld vrijwaren en bespaart het hen tijd en kosten”, legt Jesse uit.
De enige voorwaarde om een FIDI-lid te worden is het kwaliteitslabel FAIM halen. “Kwaliteit is wat we nastreven, en dus kan je je lidmaatschap niet kopen. Je moet de procedure ondergaan via een audit door een derde partij. Haal je die norm niet, dan ben je lid af.” En die kwaliteitsprocedure verandert elke drie jaar. “We maken het telkens een beetje strenger, want we vinden dat de sector dat verdient. Datasecurity en digitalisatie zijn thema’s waar we nu meer op toespitsen, want de klanten van onze leden vragen daar ook naar.”
Vertrouwen scheppen
Alles wordt steeds digitaler, maar Jesse stipt aan dat netwerken belangrijk blijft in de verhuissector. “Je klant vertrouwt je hun verhuisspullen en de bijhorende emotionele waarde toe, en daarom zijn die spullen onvervangbaar. Als verhuizer neem je die gedachte mee in je samenwerkingen. Daarom willen ze hun collega’s nog steeds zien want dat schept vertrouwen. Om je een voorbeeld te geven, toen ik nog verhuizer was belde een klant me op over een glas dat gebroken was tijdens de opdracht. Een half uur lang stak hij een tirade af, terwijl hij een drukbezet zakenman was. Het ging niet over het glas, maar wel over de emotionele waarde die erachter schuilde. Het was een glas van zijn grootmoeder. Om je maar een idee te geven over hoe belangrijk vertrouwen is.” En om die goede samenwerkingen te bevorderen organiseert FIDI elk jaar een drukbezocht congres.
“Kwaliteit is wat we nastreven, en dus kan je je lidmaatschap niet kopen”
Wendbaar en weerbaar
Een van de bezorgdheden die FIDI heeft is het huidige protectionisme. “Want welke maatregelen en taksen worden er in de VS uit de mouw geschud?”, vraagt Jesse zich af. “Door die onzekere tijden investeren bedrijven minder, wat resulteert in uitgestelde projecten en minder verhuizingen van expats. Wel merken we dat de verhuizers getest zijn geweest door de covidperiode. Ze zijn leaner en meaner geworden, en outsourcen meer voor hun packaging, transport en magazijnruimtes. Bedrijven diversifiëren hun aanbod meer zodat ze een sterkere financiële buffer hebben.”
“Expats zijn nu meestal jonger en reizen vaker terug naar huis. Daardoor verhuizen ze enkel de spullen die er echt toe doen”
Halve containers
In de expatwereld, een belangrijke doelgroep voor de FIDI-leden, is er in de laatste twintig jaar veel veranderd. “Vroeger had je meer carrière-expats, die hun hele werkleven de wereld rondreisden. Ze begonnen met een halve 20ft-container inboedel en eindigden met twee 40ft-containers. Dat waren geweldige opdrachten, want als verhuizer kon je daar wel wat aan verdienen. Het verhuisvolume is stelselmatig gedaald tot een gemiddelde van een halve container. Expats zijn nu meestal jonger en reizen vaker terug naar huis om dan een paar jaar later nog eens een buitenlandse opdracht uit te voeren. Daardoor verhuizen ze enkel de spullen die er echt toe doen. Als verhuizer moet je flexibeler in de markt staan, want het verkoopproces voor die jongere expats is helemaal anders geworden. Je moet ze digitaal overtuigen, anders ga je die boot missen”, zegt Jesse.
Werken in conflictgebieden
Hoe onze leden omgaan met opdrachten in conflictgebieden? Een korte crisis is eigenlijk goed voor de verhuissector, maar als het te lang duurt niet meer. Neem nu het conflict in Oekraïne; in het begin verhuisden expats uit Rusland, maar op den duur drogen de verhuisopdrachten op en is het gedaan. In Rusland houden we nu nog drie van de oorspronkelijke zes leden over. We ondersteunen hen om lid te blijven, wat praktisch kan met digitale audits. Bij conflicten, zoals recent in de Gazastrook, krijgen we ook de vraag om bepaalde leden uit hun lidmaatschap te ontheffen. Ik begrijp de vraag, maar we kunnen dat niet want het staat niet in onze statuten beschreven. Je brengt zo ook de verhuizingen zelf in gevaar, en dat helpt natuurlijk niet. We blijven dus politiek neutraal en volgen de Europese wetten op de voet. Onze leden raden we ook aan om te controleren of ze geen sanctiewetten overtreden.”
De verhuis die Jesse altijd bijblijft
“Toen ik nog als verhuizer werkte, kreeg ik op een vrijdagavond een telefoontje van een vrouw uit Parijs. Ze vertelde dat ze vrij veel ging verhuizen, en dat om vrij mooie privéspullen ging. Dus belde ik met mijn agent uit Parijs zodat die een prijsinschatting kon maken. Die vroeg me of ik wel wist voor wie het was, namelijk de rijkste man uit Frankrijk! We zijn uiteindelijk zelf naar daar gereden, en inventariseerde twee dagen lang in een pand vol kunst in een zijstraat van de Champs-Élysées. Niets mocht gebroken worden en de prijs was daarom ondergeschikt. Ik herinner me dat we drie weken lang kostbare kunst en zesduizend flessen wijn met de grootste zorg inpakten en verhuisden. Ik moest slikken toen ik de torenhoge factuur verstuurde, maar dat bleek onnodig. Drie dagen later was het bedrag al overgeschreven.”
